Praten over mijn onderzoeksDroom

Vorige week was er een van de drie jaarlijkse bijeenkomsten van de AJN. Een algemene ledenvergadering gevolgd door een symposium-middag. Er was bovendien extra aandacht voor wetenschap vanwege de uitreiking van de Flora van Laar-prijs.
Zo’n dag leent zich bij uitstek om oude bekenden te zien, als je die hebt. En langzaamaan heb ik die ook, vanuit de opleiding, vanuit bemoeienis bij noem eens wat.
Dus is het ook het moment om te vertellen wat je zoal doet, wat je van plan bent: over mijn onderzoek. Onderzoeksidee moet ik zeggen, want het zit nog altijd vooral in mijn hoofd.
Ik vind dat steeds weer spannend. Krijg ik het goed onder woorden gebracht, komt het over? Wat voor reactie krijg ik, is die inspirerend? Of juist niet, daar ben ik natuurlijk een beetje bang voor dan.
Maar ik moet zeggen: de reacties waren heel leuk, heel spontaan en met waardering.

Wat voor onderzoek wil je doen dan? Nou ja, ik wil graag onderzoeken wat ouders van ons willen, en wat wij denken dat we hen te bieden hebben. En dan, want je voelt ‘m wel, kijken hoe je dat dichter bij elkaar krijgt.
Ha, ik krijg het ook steeds sneller en makkelijker uitgelegd natuurlijk.

Ik heb ook nieuwe mensen leren kennen, en dat was nog leuker. Samen brainstormen en de fantasie de vrije loop laten gaan. Op zich over die dingen die ik eerder valkuilen noemde: nieuwigheden. Innovatie met een hip, of al weer een beetje suf woord. Ouders die hun kinderen zelf meten en wegen, al die gegevens kunnen bijhouden in een systeem dat zij pas met een ander delen als zij er zelf een vraag over hebben. Jongeren die zelftests en vragenlijsten kunnen invullen als ze daar zin in hebben, daar eventueel direct feedback op krijgen zonder dat iemand in hun nek hijgt om te zien of ze wel wat doen met al die adviezen, maar wel via een klik op de knop in verbinding zóúden kúnnen staan met een hulpverlener. Als ze dat willen, en eventueel nog anoniem ook. Spellen ontwikkelen die naast plezier ook nog enig benul van leefstijl bijbrengen. Of alleen maar tot nadenken stemmen, al was het achteraf.
Ik merk dat ik voor mijn praktijk graag aan die nieuwigheden zou werken, maar dat de mensen die ik sprak daar nog veel enthousiaster over zijn. Ikzelf ben vooral benieuwd, nee, nieuwsgierig, wat dat weer doet met de relatie tussen de organisatie en het publiek, de zorgverlener en haar doelgroep.

De dagelijkse praktijk verandert veel op mijn werk in de komende tijd. Dat betekent eigenlijk, dat het experimentdeel van mijn onderzoek niet opgezet hoeft te worden, maar dat het onderzoek de toch al gebeurende veranderingen moet kunnen volgen. Hierin volg ik graag Carin Rots-de Vries, die zeer terecht de Flora van Laar-prijs won afgelopen vrijdag. Met haar onderzoek ‘Rich evidence for poor families‘ zet zij een heel mooie manier van onderzoek doen neer. Praktijkgeleid onderzoek.
De perspectieven die dit onderzoek biedt, zijn niet alleen onmisbaar voor de lokale situatie (wat is er nu eigenlijk gebeurd? hoe is de uitkomst anders dan voorheen?), maar zijn ook zeer waardevol voor andere situaties. Zowel andere situaties in tijd (andere processen) als andere situaties in plaats (bij andere organisaties). Je gaat in feite op zoek naar factoren die van belang zijn voor welslagen, en factoren die optioneel zijn.
Dan zit je best dicht op wat ik zelf zou willen onderzoeken. Hebben ouders en kinderen wat aan deze veranderingen, hoezo dan, komt het aanbod dichter bij wat zij willen, verwachten van ons? En ervaren wij dat ook zo.

Goed, dank u, ik geloof dat ik wel klaar ben voor een gesprek met de leidinggevenden over ‘wat ik zou willen’. Overmorgen.

Advertenties

Ja, graag!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s