Hoe voorkom je ADHD?

Kortgeleden vestigde @jeugdgezondheid (nieuwsportaal voor jeugdgezondheidszorg van Captise) kritiekloos de aandacht op een bericht van Telegraafwebsite over de mening van Laura Batstra, onderzoeker aan de Universiteit Groningen aangaande ADHD. Zij stelt dat het diagnosticeren van kinderen met ADHD vaker kwaad dan goed doet, en zeker het toedienen van medicatie naar aanleiding van deze diagnose. Hierover publiceerde ze onlangs een boek: “Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen”.

Al enigszins getriggerd over dit onderwerp door een goed stuk tekst van Carsten Lincke, kinderarts, reageerde ik op @jeugdgezondheid. Hieruit volgde dat ik het boek bestelde, en nu lees. Niet met een rode pen in handen, al was ik hiertoe aanvankelijk geneigd.

Ik ben nu halverwege het boek. Het leest makkelijk, prettig. Het laat me nadenken en natuurlijk maak ik mijn bloglezers daar weer graag deelgenoot van. Ik zie wel een flinke link met Jeugdgezondheidszorg natuurlijk.

Vaak ben ik het met Batstra eens. Met name deel ik de steeds herhaalde stelling dat ADHD zelf niks anders is dan een beschrijving van gedrag, waarbij daarnaast verstoring van functioneren moet bestaan wil een diagnose (toegang tot zorg en behandeling) gerechtvaardigd zijn.
Batstra stelt veelal de wijze van diagnostiek ter discussie. De voorbeelden die zij daarbij aanhaalt doen vermoeden dat andere diagnostiek in geneeskunde of psychologie harder/eenduidiger van aard zijn. Dat leest makkelijk weg, maar wie meer weet stokt toch op deze vooronderstelling. Ook diabetes is een diagnose gebaseerd op afspraken wanneer we suikerwaarden te hoog vinden, omdat we zien dat ze op langere termijn veel schade veroorzaken.
Een gebroken been kun je minder makkelijk om heen wellicht, maar wat de juiste behandeling is staat er ook daar op de röntgenfoto niet bij.

Ook de manier waarop het onderzoek naar ADHD, oorzaken, behandelingseffecten en gevolgen wordt gedaan stelt Batstra ter discussie. Ik moet echter nog wachten op een hoofdstuk verderop in het boek voor ik haar beschouwing helemaal kan volgen, geduld dus.

Maar goed, eens dus met de stelling dat ADHD an sich slechts een groep beschreven gedragingen is die bij meerdere kinderen wordt gezien en die daarmee een bedreiging van de ontwikkeling zou kunnen vormen. En zeker eens met de weinig concrete benadering in het diagnostisch psychiatrisch handboek als ‘vaak’ en ‘moeilijk’.
Voortschrijdend inzicht zal hopelijk leiden tot betere mogelijkheden van diagnostiek, en dan zal de groep ADHDers van nu waarschijnlijk uit verschillende groepen kinderen met ieder hun eigen ‘veroorzaker’ van het beschreven gedrag blijken te bestaan. En misschien ook met verschillende benaderingen van die problematiek.
Wat je daar nú aan hebt, als je kind last heeft in zijn ontwikkeling van dat beschreven gedrag, dat er láter meer over duidelijk zou kunnen zijn, is mij nog een vraag. Maar ik ben ook pas halverwege het boek.

Dat ADHD-diagnoses en de toename daarvan onder andere te maken hebben met de omgeving van kinderen, de eisen die we aan ze stellen en de prikkels die op hen losgelaten worden, kan ik me best voorstellen. Dat maakt het probleem niet minder voor dat kind. De toename van overgewicht en obesitas heeft in die zin ook veelal te maken met de toename van welvaart en veranderende gewoontes, de voedselprikkels die op kinderen afkomen en de verminderde beweegprikkels (zit stil! doen niet zo druk! zijn ‘leuke bruggetjes’ met het onderwerp ADHD/gedrag), maar is daarmee niet minder ongezond of waar..

Overbehandeling, onnodig behandelen van kinderen met medicatie is niet goed. Hoewel, en nu wordt het link, wel eerst aangetoond moet worden wat de schade van die overbehandeling is, voor we met het risico op onderbehandeling zomaar de oorlog aan de diagnostiek mogen verklaren, zonder hiermee ándere mogelijk ernstigere schade te berokkenen.

Onderbehandeling kan o.a. leiden tot verhoogde gezinsdruk en slechtere schoolse prestaties twee belangrijke factoren in de toekomstige gezondheid van datzelfde kind. Het aanslaan van de andere (gedrags-, systeem- of andere psychologische) behandeling heeft zonder begeleiding van medicatie een kleinere kans van slagen. De snelle ontwikkeling van kinderen, waardoor ook sneller een achterstand ontstaat wanneer die ontwikkeling een tijd gedwarsboomd wordt, maakt dat je niet eeuwig ongestrafd kunt tobben of zomaar stellen dat je beter niet kunt diagnosticeren en behandelen. In mijn ogen tenminste, dit is de invalshoek waarmee ik het boek lees.

Ik voel nog meer ‘eens zijn’ aankomen.
Misschien zijn we het eens over de noodzaak aan meer oog voor en acceptatie van de rommelige bende die opvoeding kan zijn. Dat daarbij hulp vragen, aan elkaar of aan professionals, geen taboe hoeft te zijn die eerst vergoeilijkt moet worden met een diagnose.
Hoe dan ook, ik ben benieuwd naar de rest van het boek. Dus ik duik er weer in!

Advertenties

Mensen met mogelijkheden – onder artsen

In de Open Space van Jeugdzorg 2.0 Limburg, trof ik vorige week Wouter aan. Wouter ken ik wel via Twitter, omdat hij samen met Kelly de Vries mijndoelenstellen.nl heeft ontwikkeld.
Wouter werkt bij een instelling voor maatschappelijk werk. Hij werkt daar aan 2.0 toepassingen, aan de online verrijking van maatschappelijk werk. Bij zijn instelling, Kwadraad, kun je ook online hulp vragen. Je krijgt dan je eigen inbox, waarin je mails en je chats worden opgeslagen. Op dit moment alleen de contacten die je hebt met mensen van Kwadraad.
Wouter wil nu graag dat de cliënt via deze toepassing ook contacten met anderen dan Kwadraadmensen kan hebben, en dat die mensen onderling soms ook kunnen zien wat ze met de cliënt bespreken. Dat lijkt mij weer geweldig handig. Als jeugdarts spreek je best nog wel eens een vader of moeder die ook een luisterend oor en advies krijgt van een maatschappelijk werker. En we stemmen allemaal graag onze adviezen af met wat er verder op ‘de cliënt’ afkomt.

Grappig was, dat Wouter hierbij niet direct aan de artsen dacht. Hij verwachtte daarbij zoveel weerstand, dat hij dat maar even uitstelt. Ja, als er zich toevallig een arts meldt die wél mee zou willen doen, dan kan dat wel. Gelukkig maar.

Op zich snap ik wel wat Wouter bedoelt. De toepassing die Kwadraad gebruikt, heeft in den beginne hetzelfde doel als blogboek.nl, mijnzorgnet.nl en de andere toepassingen die ik heb gezien die dag: de persoon zelf in de regie van wie er allemaal met elkaar over hem of haar praat, en liefst niet over maar mét de persoon praten.
Maar de websites, apps en dashboards zien er allemaal anders uit, de tabbladen en knopjes hebben net andere kreten. Veel artsen zijn niet opgegroeid met computers. Internet, laat staan de 2.0 mogelijkheden ervan, is nooit hun hobby geworden.
Electronische dossiers of communities die niet vanuit de zorgprofessie zijn ontstaan kunnen voor de hiermee onbekende arts erg lijken op social media. Zo worden ze vaker ook wel uitgelegd (“Facebook maar dan veilig, zegmaar.”)
Promotiepraatjes over 2.0 toepassingen worden gepareerd met actualiteiten over privacyproblemen. Regelmatig verschijnen er krantenberichten over (juridische of persoonlijke) dossiers die ‘op straat’ liggen, er is veel discussie over electronische kinddossiers.
Andere snel gehoorde argumenten tegen internettoepassingen in de individuele zorg: voorbeelden van álle mensen waarvoor het géén oplossing is.

Goed, er zijn dus artsen, en patiënten, die niet zo goed met de computer en het internet overweg kunnen.
Er zijn er ook die dat wel kunnen, willen, doen.
Allemaal mensen.
Mensen met mogelijkheden.
Ook onder de artsen zijn ze te vinden.

Co-creatie Zorginnovatieboek – op weg naar JGZ 3.0

Op LinkedIn starten steeds vaker groepen niet alleen gericht op informatie uitwisselen (2.0) maar ook gericht om samen actie te ondernemen (3.0?).
Zo is er onlangs een groep gestart met als doel samen een boek te schrijven: “Co-creatie zorginnovatieboek”. De groep heeft meer dan 250 leden, binnen enkele weken geworven, waarvan meer dan honderd daadwerkelijk een stukje van het boek aan het schrijven zijn.
Het boek gaat over zorginnovaties. Ieder draagt zijn of haar droom (visie), een innovatie (idee of al in uitvoering zijnde werkwijze) en een smart-geformuleerd doel van deze innovatie.

Mijn innovatie is voor mij nog slechts een idee, maar ik heb het wel ingediend. Het gaat over een interactieve groei-app, een toepassing waarmee ouders de groei van hun kind kunnen bijhouden en in de groeicurve kunnen zien zoals JGZ dat ook doet. Het voordeel van een dergelijke toepassing is, zie ook het vorige stukje over Jeugdzorg 2.0, dat ook meetgegevens tussen de JGZ-momenten door kunnen worden ingevoerd. Een afwijkende groei zegt heel veel over gezondheid, kan veel aanwijzingen geven om ofwel verder onderzoek te doen naar de gezondheid van het kind, of bijvoorbeeld leefstijl aan te passen.
Deze app zou natuurlijk op maat aanwijzingen moeten geven, en verdergaande informatie. Ook biedt het direct toegang tot de betrokken JGZ-medewerker (en pas als de ouder daar behoefte aan heeft, een vraag heeft over wat hij of zij ziet in de groei van het kind).

Vervolgens blijkt, heel leuk, dat ergens anders in het land mensen al stappen verder zijn. Het idee wordt daar al omgezet in een echte app, maar niet met alle 3.0 stappen die ik erbij zou willen hebben. Zouden we samen verder komen?