Sociale dokter

Van ouders weten wat ze eigenlijk van Jeugdgezondheidszorg zouden willen, dat wil ik weten. Dat wilde ik een jaar geleden weten, en nu nog steeds.
Om daar achter te komen, moet je met ouders in contact komen, met hen kunnen praten. Op een moment dat ze niet van je afhankelijk zijn, en vrij kunnen antwoorden.
Met vragenlijsten die worden ingevuld door ouders die bij ons zijn geweest bereik je een deel, of een subgroep van ouders.
Met vragenlijsten die je opstuurt en die worden terug gestuurd door sommige ouders, bereik je weer een andere groep.
Ik heb een hekel aan vragenlijsten. Zowel aan het invullen als aan het ‘uitzetten’ wegens onderzoek. Ik weet niet precies waarom, maar het is zo.
Met vragenlijsten bereik je alleen mensen die geen hekel hebben aan vragenlijsten. En mensen die ze vanwege sociale wenselijkheid toch invullen, zoals ik, waarvan je je weer kunt afvragen wat je er dan aan hebt.

Nog liever dan weten wat ouders desgevraagd van ons zouden willen, zou ik willen dat ze ons op ieder moment weten aan te spreken. Ik wil ouders bereiken, maar ik wil ook dat ouders mij en ons weten te bereiken. Ik wil dat jeugdgezondheidszorg voor ouders en kinderen bestaat, en dus ook doet waar zij behoefte aan hebben. Jeugdgezondheidszorg is meer dan zorg op individuele basis, er is ook een collectief stuk. Een stuk pure preventie, zo zou je kunnen zeggen, waarbij we proberen zaken te voorkomen nog voor iemand zich met die problemen identificeert. Als het je lukt om op de een of andere manier echt met ouders in contact te zijn buiten de spreekkamer om, dan zou je ook voor dát stuk jeugdgezondheidszorg de ideeën van ouders mee kunnen nemen in je plannen.

Contact, communicatie, samen doen. Daar gaat het dus om, bij participerende zorg.
Zoveel verschillende ouders, nog meer verschillende kinderen, en zeker zoveel verschillende JGZ-professionals. Er zal dus niet één oplossing zijn. Vragenlijsten, okee. Maar daarnaast emailcontacten, thema-avonden, ideeënboxen, een Facebookpagina, struinen over ouder-forums, tweedehands informatie via leerkrachten, een Twitterkanaal.

Vragenlijsten is niet mijn ding. Thema-avonden misschien wel, maar volgens mij komen daar dezelfde mensen die ook vragenlijsten invullen.
Facebookpagina’s en Twitterkanalen is wel mijn ding. Dat is gewoon zo, ik vind het interessant, ik ben er graag, op de kanalen van de sociale media. Maar toch werd ik niet goed van de vraag “Zit je weer te twitteren?” zo gauw ik mijn telefoon pakte. Steeds meer was ik afgelopen jaar de facebookende, twitterende, gamende dokter. Ik wilde me loswurmen uit dat beeld.
Ik ben meer dan dat, en ik zie internet slechts als instrument, zo redeneerde ik ietwat zuur.

Als ik zo terugkijk, vind ik dat jammer, en onnodig. Door het hokje Twitterdokter voelde ik me te veel anders dan mijn collega’s. Terwijl dat ‘anders’ juist zo waardevol kan zijn, vind ik al snel als het om de kwaliteiten van een collega gaat.

Bovendien ben ik niet de enige, zo bleek afgelopen jaar. Ik ontmoette (via die sociale media) collega’s van andere GGD-en met dezelfde interesse, met ieder voor zich weer net andere toekomstbeelden. We zijn stapje voor stapje bezig ze uit te werken tot grotere mogelijkheden. Een landelijk Twitterkanaal voor JGZ? Een Facebookpagina voor mijn Centrum voor Jeugd en Gezin. Aanbod van emailcontacten bij verschillende van onze diensten. Ja, laat mij toch maar wel de Twitterdokter zijn. Sociale media voor Sociale Geneeskunde, waarom eigenlijk niet?

Dus, als ik dít nou doe, en iemand anders die lijsten en avonden. En we brengen de resultaten samen. Dan komen we een stapje dichterbij, samen.

Advertenties

Ja, graag!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s