Wat & Hoe in het nieuwe PGO5

Zoals zo vaak bij nascholingen, bekruipt je halverwege de presentatie de vraag: “Is dit nou allemaal zo nieuw?”
Deze keer stelde ik de vraag zelf bijna letterlijk, terwijl ik ook het antwoord wist. Ongeveer alles wat we gaan doen in dat nieuwe PGO5, doen we nu ook al. Bijna iedere vraag óver dat nieuwe PGO5 kun je beantwoorden met “Hoe los je dat nu dan op?”

Afgelopen donderdag hebben mijn collega en ik de artsen en verpleegkundigen bijgeschoold, in voorbereiding op de start van Het nieuwe PGO5. Mijn collega was de hele dag aan het werk met de verpleegkundigen, en heeft ze heel veel kennis gegeven over de ontwikkeling van kinderen op de kleuterleeftijd.
Ik had aan het eind van de dag de artsen uitgenodigd voor twee uur bespreking. Een letterlijke vertaling of voorkauwen is niet aan de orde. Samen vooruitkijken en bedenken wat we nodig hebben om het te laten slagen, dat was de missie. Een stukje cultuur, een beetje nadenken over handige gebruiken voor de nieuwe tijd.

wat en hoe in het nieuwe pgo5 plaatje

We hebben gesproken over praktische zaken, zoals planning van een gezamenlijk spreekuur en de nabespreking van alle kleuters die de verpleegkundige heeft gezien. Maar uiteraard is er veel aandacht gegaan naar die nieuwe rolverdeling.
Ook die is niet zo nieuw, maar het moest nu concreet benoemd worden. En dat is nog niet zo makkelijk!

Op mijn vraag te verwoorden wat je van jezelf verwacht, of wat je van de ander verwacht bleef het best even stil. Uiteindelijk kwamen we er op uit dat de arts in het team zowel coach, sparring partner als knopen doorhakker is. En dat van de verpleegkundige verwacht wordt dat ze een goed PGO5 uitvoert, dat ze daarna met de arts bespreekt. Er wordt ook verwacht dat zij haar grenzen kent, qua kennis en vaardigheden. Dit bleek heel goed overeen te komen met de beschrijvingen in onze competentiebundel (van onze GGD specifiek), wat betreft Oordeelsvorming. Daaruit konden heel goed de verschillende rollen van de arts en de verpleegkundige worden vertaald.

Heel simpel gezegd komt het in dit PGO hier op neer:
De verpleegkundige vormt een eigen mening op grond van wat zij tijdens het PGO5 waarneemt, op basis van anamnese, onderzoek en kinddossier. Dit alles rekening houdend met de geldende normen en waarden, en gebruikmakend van haar kennis en ervaringen. Deze mening en de eventuele verklaringen en bedachte optionele acties bespreekt zij met de arts.
De arts op haar beurt, is verantwoordelijk voor een eigen mening op grond van dat overleg en haar eigen kennis, kunde en ervaring. De arts betrekt meerdere alternatieven bij de overwegingen, kijkt ook verder dan enkel dit Gezondheidsonderzoek, en houdt de lange termijndoelen in de gaten bij het maken van plannen voor het beleid. De arts is ook degene die zich uitspreekt over de te ondernemen acties.
Wie die vervolgstappen uitvoert, is weer ter bespreking van arts en verpleegkundige.

Mijn collega’s hadden ook vragen waar wij nog niet over hadden nagedacht. Een vraag over een nieuw in te voeren richtlijn, bijvoorbeeld. Of vragen die voor mij geen vraag waren, en dus niet benoemd in de stukken over dit contactmoment. Maar goed dat ze gesteld werden op dit moment, terwijl we met z’n allen bij elkaar waren. En mijn collega’s hebben mee gedacht over hoe een en ander te evalueren. Al met al waren we echt gezamenlijk aan het werk.

De hele invulling van de jeugdgezondheidszorg rond dit contactmoment, komt in de komende periode bij ons in de kijker te staan. Niks lijkt meer vanzelfsprekend. Steeds weer zullen teams zich de vraag stellen: wie pakt dit op, en waarom? En wij als Leertuin vragen ons dan af: hoe gaat dat, welk effect heeft het?

Spannend, maar we gaan er tegenaan met een team vol hoogopgeleide, goed gemotiveerde mensen. De grote lijnen zijn duidelijk, en de kleine details zijn onze daily business. En de vragen die overblijven, daar gaat het nu net om. Laat maar komen!

Advertenties

PGO5 – de nieuwe opstelling van een goed team

De opdracht is helder en simpel. Het Periodiek GezondheidsOnderzoek van 5 jarigen wordt voortaan uitgevoerd door de jeugdverpleegkundige, zorg dat dat kan.
Correctie: de opdracht lijkt helder en simpel.
Welke competenties, kennis en ervaring hebben onze verpleegkundigen nodig om het PGO 5 goed uit te voeren, als een verpleegkundig PGO; en wat vraagt dat van de rest van het JGZteam? Met name van de arts, wiens rol door deze shift ook flink verandert.

Onze verpleegkundigen worden morgen geschoold. Zij zien al jaren zelfstandig kinderen op de leeftijd van 14 jaar, en van 10 jaar. Het “model” van sociale geneeskunde en jeugdgezondheidszorg is dus wel duidelijk. Maar met z’n allen beschouwen we de kleuters toch als kwetsbaarder. Hoe jonger het kind hoe sneller de ontwikkeling en groei, des te sneller er wat scheef.
Hun dag zit dan ook vol met kennis over jonge kinderen.

Aan het eind van de middag komen de artsen bij elkaar. Moet ik hen alles wat de verpleegkundigen krijgen aangeleerd, afleren?
Ten eerste is dat net zo lachwekkend als aan de kapper vragen of ie je haar wat bij-knipt.
Ten tweede is het uitdrukkelijk niet zo dat de verpleegkundige het PGO van de arts overneemt.
De jeugdverpleegkundige voert het verpleegkundig PGO uit. Zij onderzoekt en beoordeelt, is de eerste filter. Pluis of niet-pluis, of niet zeker, gebaseerd op gedegen onderzoek, anamnese en dossiervoering.
De arts in haar team heeft een andere rol. Zij is sparringpartner, analyticus, kijkt breed en in de tijd. Samen met de verpleegkundige zet de arts alles op een rijtje, ze voorspelt en stelt beleid voor. Soms voert ze dit zelf uit, soms pakt de verpleegkundige het gewoon verder op.

Morgen ga ik met mijn collega’s aan de slag, om te bezien wat we daar voor nodig hebben. En wat het voor ons betekent. Voorheen deden we dat toch gewoon allemaal zelf?
Welnu, de clou, de kansen zien. We hoeven het nu niet meer alleen te doen. Van manusje van alles worden we aanvoerder van een team, kun je het zo zien?

Het PGO5-avontuur – proloog

Het kleuteronderzoek van de Jeugdgezondheidszorg bij de GGD.
Voor ons als JGZ-ers, in ieder geval de 4-tot-19-collega’s, voelt dat onderzoek als ‘de ruggegraat’ van de JGZ. De jeugdarts ziet alle kinderen als ze ongeveer 5 jaar zijn en vandaaruit wordt het plan getrokken. Het is al jaren zo.

Maar vanaf binnenkort gaat het anders, bij ons.
En ik trek die kar, en dit vind ik dus echt een avontuur!

Er zijn allerlei redenen waarom dit, nu, hier, anders georganiseerd gaat worden. Er zijn (andere) redenen waarom het een goed idee kan zijn. En het geeft in ieder geval de kans om weer eens goed te schoffelen. We noemen een werkgroep bij ons niet voor niks ‘Leertuin’.
De opdracht: De jeugdverpleegkundige gaat het kleuteronderzoek, het PGO5, uitvoeren.

Het is ons als schoffelaars in ieder geval gelukt om de ‘Waarom’ vraag van ‘waarom veranderen’ naar ‘waarom JGZ voor kleuters’ te verschuiven. Een stuk vruchtbaarder, kan ik u zeggen.
Die waarom-vraag was de basis van al wat wij in de afgelopen maanden bespraken, mailden, schreven en corrigeerden.
Net als altijd levert een vraag niet het antwoord maar nog meer vragen op. En de uitdaging bleef om toch met iets werkbaars te komen, iets wat gedáán kan worden.

Dus, deze week gaan we beginnen. Er is een notitie waarin enigszins beschreven staat wat ons idee is bij de werkinstructie en het onderwijs dat we hebben georganiseerd. En waarin geschetst staat hoe we een en ander gaan evalueren. Maar vooral ook dat die evaluaties tot verdere ontwikkelingen gaan leiden, en wellicht dus weer veranderingen.

We gaan het gewoon dóén. Maar wel samen.
(binnenkort meer, natuurlijk!)