Groen

Op het NCVGZ heb ik ook deelgenomen aan workshops. Argwanend en hoopvol tegelijk had ik me ingeschreven voor de workshop over groeninverventies.
Meer groen in de omgeving zou goed zijn voor de gezondheid, het welzijn van mensen. Mensen in groene wijken voelen zich gezonder, en gaan daadwerkelijk minder vaak naar hun huisarts. Het groene heeft effect op hun psychosociale gesteldheid, maar ook op lichamelijke zaken zoals het goed ingesteld zijn of blijven van hun suikerziekteparameters en longklachten. Ik heb zelfs iemand horen zeggen dat je een betonnen muur kunt groen verven en dat alleen dát al een positief effect zou hebben. Daar kan ik echter geen bronvermelding meer aan hangen. Maar daar komt wel mijn argwaan vandaan.
Zo zeer als ik wil durven geloven in de salutogene benadering, net zo zeer krijg ik de kriebels van de groen-hype.
Dus schreef ik me in voor juist die workshop, waarin zou worden uitgelegd hoe een groeninterventie in de wijk werkt.
Hoe het zijn werk doet, én hoe je het voor elkaar krijgt.
Het was echter lastig om bij de gepresenteerde interventies de specifieke bijdrage van Het Groen te onderscheiden. Schoolpleinen die worden gepimpt zijn natuurlijk so wie so interessanter, een tijdje. Groen in de wijk aanpakken leverde vooral ook het gesprek met de buurtbewoners op, waardoor ándere problemen bespreekbaar werden en konden worden aangepakt.
Is groen gewoon één van de resistance resources, één van de middelen die het voor mensen makkelijker maakt om zich te weren tegen onheil? En gaat Groen het winnen van Sporten, Buurthuizen en Social Media? Omdat het politiek goed overkomt, of alleen als de woningbouwvereniging er ook mee kan scoren?

Toen ik nog vaak The Sims speelde en ook langer geleden al in Simcity werd er al positief gereageerd op groen. Het is een vastgeroest concept.
Er is wel meer onderzoek gedaan naar groen en gezondheid. Op dit moment het meest aangehaald is het proefschrift van Jolanda Maas, Vitamine G. Hierin bouwt zij weliswaar voort op de bevindingen/aannames dat groen in de buurt een positief gezondheidseffect veroorzaakt, maar zoekt dan naar verklarende modellen zoals ‘verleiden tot bewegen’ (sporten) en ‘sociale cohesie’ (buurthuizen en/of sociale media).
Terecht maakt ze onderscheid tussen ervaren gezondheid en turfbare gezondheidsklachten of zorgconsumptie.

Vervolgens is het verband dat gevonden wordt in bovenstaande interventie-onderzoeken en ook in het proefschrift van Maas m.i. vrij zwak.
En dat is niet erg, behalve dat het toepassen van de gevonden kennis toch redelijk omslachtig en duur kan zijn.
Geld kun je maar één keer uitgeven als maatschappij.

Kan iemand mij literatuur laten zien waarin Groen met Sporten, Buurthuizen of De Kroeg wordt vergeleken? Zou ik zeker waarderen.

Advertenties

Salutogenese – een spelletje

Neem de tijd dit weekend. Kijk deze TEDtalk. Beleef het.
En vertel me wat het met je doet!

Jeugdgezondheidszorg – Volksuniversiteit.. ik wil het toch weten

Jeugdgezondheidszorg aanbieden zoals Stanford (en andere universiteiten across the globe tot in ons eigen kikkerland) onderwijs aanbieden: online en in eigen beheer. Eigen beheer van de ouder of degene die het wil gebruiken bedoel ik dan, naar hun eigen inzicht in te zetten dus.
Dat past bij eigen kracht. Het past bij vraaggericht werken, uitgaan van de verantwoordelijkheid van de ouder.

Vandaag zou ik dat bespreken met twee groepen jeugdverpleegkundigen, en ik zou met hen werken aan deze gedachten.
Het kader dat ik zou presenteren, ziet er ongeveer zo uit:
De zaken die we nu in een contactmoment stoppen (een moment van X minuten op een levensmoment dat het bij de meeste mensen aan de orde is) kun je met elearning opsplitsen in kleinere stukjes. De ouder kan de stukjes gebruiken in een zelfgekozen volgorde, een die past bij zijn of haar eigen vraag.
Voor welke dingen gaat dit op, wil ik weten.

Een module kan puur informerend zijn, of uitdagend en coachend. In beide gevallen kan juist door het invoegen van een quiz íédere ouder actief betrokken worden. Het praatje gaat pas verder als de vraag (goed) beantwoord is.
Voor welke dingen zou dat goed zijn, wil ik weten.

Wat ik ook wil weten, is of dit lastig is voor de jeugdverpleegkundigen. Is het loslaten van de regie, wat wanneer aan de orde komt, lastig in te beelden?

Vertel het me!

Salutogenese

Het NCVGZ vorige week bracht stof tot nadenken.
Over salutogenese bijvoorbeeld. Het lonkt, het spreekt me aan. Heel kort uitgelegd is salutogenese de omgekeerde benadering van pathogenese. Niet zoeken naar hoe ziekte ontstaat en dat voorkomen, maar zoeken hoe gezondheid ontstaat en dat doen gebeuren. Het ultieme doel van preventie natuurlijk, en ook iets wat in tijden van ziekte doorgaat. Gezondheid is niet ééndimensionaal, als er zich ergens in gezondheid een kreukel voordoet kun je nog altijd veel andere gezondheid bewerkstelligen, versterken.
Een heel positieve, zelfs blije benadering, dus natuurlijk is dat heerlijk om mee bezig te zijn.
Dat positieve, blije, bijna verliefde sprak ook uit de lezing van Maurice Mittelmark, getiteld Resistance resources in the context of health promotion. Met een persoonlijke genegenheid haalde hij keer op keer Aaron Antonovsky aan, en zijn grondleggende werk Health, Stress and Coping.
Ondanks het heel technische en heldere verhaal van Mittelmark, is het salutogene model mij nog niet duidelijk. Ik kan me zo voorstellen dat een fiks deel van gezondheidsbevordering (het zit ‘m al in de naam) reeds gestoeld is op soortgelijke modellen of uitgangspunten. Echter, onze preventie is steeds meer gericht op één risico, één aandoening. Tegelijkertijd is duidelijk dat co-morbiditeit de grootste gezondheidsbedreiging is, en de enkelvoudige benadering daarmee achterhaald is.
Resistance resources zijn bronnen van weerstand. Weerstand tegen stress die het leven continu, alomtegenwoordig, voor ons in petto heeft. Wat maakt dat sommigen ondanks vele stressoren gezondheid bereiken en vasthouden? Dat is een salutogene vraag.

Dit past ook bij de nieuwe definitie van gezondheid, waar Machteld Huber vorig jaar nog een ZonMW parel voor kreeg:
Gezondheid is volgens haar voorstel ” het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven”.
Machteld hield de tweede dag van het NCVGZ een lezing, maar ik was er alleen op dag één.
Een eerdere keer dat ik met dit gedachtengoed kennis maakte, was tijdens TEDxMaastricht in 2011, het TEDpraatje van Renger Witkamp.

Toch vind ik het ook spannend om zo’n duidelijk andere weg te volgen. Wat als het na een hele tijd toch niks blijkt te zijn? Niet blijkt te werken? Misschien is dat voor sommigen al lang duidelijk trouwens?

Maar juist radicaal andere benaderingen bieden echte nieuwe kansen.

Of is het stiekem niet veel anders dan beschermende factoren zoeken?
Ik ga op zoek, en kom er op terug.
En ik houd mij aanbevolen voor richtinggevende en verhelderende artikelen.

Jeugdgezondheidszorg: Volksuniversiteit!

Naar aanleiding van mijn verjaardagsblog “Wat kun je leren van online educatie? of, De mogelijke overeenkomsten tussen de JGZ en Stanford University” werd ik uitgenodigd om een set workshops te leiden op het symposium van de Eerstelijns Verpleegkundigen. Helemaal cool! Workshops leiden vind ik echt heel leuk om te doen. En al helemaal als de uitnodiging voortkomt uit zo’n blog van mij, zo’n gedachtenkronkel die ik op je scherm krijg na worstelen met woorden en bedoelingen. Dat dat zo goed lukt dat een ander denkt, hier wil ik meer van horen. Nee, zelfs: hier wil ik anderen meer over laten horen!

Vooral de opzet of het doel zoals de V&VN dat voor ogen had. De bedoeling was niet uit te leggen wat ík denk en droom, maar om te zien hoeveel ik los kan krijgen bij de groep verpleegkundigen die zich zou inschrijven. Wat kan er anders, wat kan de meerwaarde zijn van anders aanbieden van jeugdgezondheidszorg, bijvoorbeeld via modules van e-learning zodat ouders, iedereen, daar zelf gebruik van kan maken? De titel werd dan ook, zoals hierboven: Jeugdgezondheidszorg: Volksuniversiteit!
Ik houd van dat soort workshops. Samen denken, samen verder komen. Het gaat om de inspiratie, en proberen elkaar echt te begrijpen, zodat je nieuwe inzichten opdoet. Om iedereen vast op snelheid te krijgen heb ik een huiswerk-mail opgesteld. Dat iedereen het betreffende blogje heeft gelezen, en de TEDtalk van Daphne Koller heeft gezien.
De leerpunten van Daphne Koller en Coursera wil ik vervlechten met de ervaringen van de verpleegkundigen, en zo zoeken naar wat er anders kan, gegeven de huidige technieken. En passend binnen het thema van dit symposium: Met Eigen Kracht Vooruit, de eigen kracht van ouders.

Helaas. Net begonnen om al mijn losse aantekeningen tot een geheel te breien, kregen we de brief van het ziekenhuis. Precies op die dag wordt mijn eigen meisje weer verwacht voor een operatie. Dat is op zichzelf al niet leuk, dat klopt. Maar eerlijk is eerlijk, ik vind het echt wel jammer van die workshops!
Aanvankelijk zou iemand anders dezelfde workshops leiden, en diegene moest ik dan natuurlijk inpraten, en alsnog de workshops goed voorbereiden. Nu is het zo dat ‘mijn tijd’ naar een ander gaat. Ik ben prima vereerd met mijn vervangster hoor, Elise Buiting, voormalig voorzitter van de AJN, zal aan de slag gaan met de verpleegkundigen over het advies van de commissie De Winter. Zo zinvol zelfs dat ik daar weer bij zou willen zijn.

Maar, eerlijk: ik had en heb echt zin om concreet aan de slag te gaan met de e-learning/e-health gedachtes. Uiteraard hoeft dit niet te betekenen dat er iets ophoudt of in het geheel niet door zal gaan. Juist het onderwerp, e-dingen, daagt uit om over de fysieke beperkingen heen te stappen, en bijvoorbeeld hier met de volgers van dit blog te werken. Met hulp van de V&VN en de AJN kunnen we hier de eerste stappen zetten.

Vandaar dat ik de vragen die ik in mijn ‘huiswerkmail’ stelde, aan jullie voorleg nu:
1: “Wat wil je ouders meegeven, maar wordt iets te vaak weggeduwd in de hectiek van  een consult?”
2: “Wat bied je aan tijdens een JGZ-contactmoment X of Y, terwijl het voor ouders op totaal andere momenten van belang is?”

Deel je antwoord in de reageerbox hieronder!

(Ik denk overigens dat er een belangrijke andere stap ook bij hoort, maar ik weet niet of ik dat via dit blog ga bereiken. De ouders (en kinderen) zelf! Tips welkom.
Mooi om zo ook weer terug te komen bij hoe ik dit blog ooit begon, me afvragend wat ouders eigenlijk willen van JGZ en hoe dat matcht met wat wij denken te kunnen betekenen.)

Compassie in de zorg – voor iedereen weggelegd

logo NCVGZ 2013
Woensdag en donderdag heet Wageningen University ons welkom op het Nationaal Congres Volksgezondheid, het NCVGZ. Een congres dat ieder jaar door een andere aan Volksgezondheid gerelateerde onderzoeksgroep wordt georganiseerd. Het thema dit jaar, tevens de titel: Passie voor Gezondheid.

Twee jaar geleden kwam ik via TEDxMaastricht in aanraking met Compassion for Care. Een wereldwijde beweging die de passie wil terugbrengen in de zorg, ten behoeve van de professionals die er werken. Wanneer de passie weer een plek krijgt zullen er minder professionals verloren gaan. Dat is hard nodig, want met iedere professional gaat er een flinke investering en nog grotere kansen verloren. Of ze nou de zorg verlaten, of zonder passie blijven hangen.
Het verhaal van Salmaan Sana is een mooie illustratie.

Toen las ik dit artikel over Rita Charon en narrative medicine. Het leest als een pleidooi om naast geneeskunde ook menswetenschappen te onderwijzen aan toekomstige artsen. Sterker nog, via verschillende soorten cursussen onderwijst Rita Charon ook reeds opgeleide artsen. Geneeskunde zoals wij die bedrijven (met labuitslagen en andere meetbare vertalingen) krijgt pas betekenis als je het verhaal van de patiënt toevoegt. In het verhaal van de ander zit de vraag verscholen, en vaak ook de oplossing. Of de voorwaarden om tot een oplossing te komen.
Rita Charon doet hier ook onderzoek naar. Ze onderzoekt of de narratieve vaardigheden artsen inderdaad betere artsen maakt, of de klinische waarden bij de patiënten verbeteren. (Blijkbaar wordt het toch pas echt als het in de getallen terug te lezen is?)
De tussenliggende waarde die eerst onderzocht wordt, is of het werkplezier van de artsen er door stijgt, minder artsen burn out. Is de gedachte dat passie in het werk doorwerkt als compassie in het werk?

De betekenisgevende kracht van verhalen deed mij ook denken aan Brene Brown. Zij is kwetsbaarheid- en schaamteonderzoeker en heeft zichzelf moeten herkennen als verhalenverzamelaar: Maybe stories are data just with a soul. Verhalen krijg je alleen te horen als je je er voor openstelt, wat weer kwetsbaarheid vraagt. Het vraagt empathie, compassie, meegaan in het verhaal van de ander zonder te weten waar je uit zult komen. Het vraagt moed, courage. Zoals Brene beschrijft in (onder andere) haar boek Daring Greatly: wholehearted living.

Ik vind het wonderbaarlijk om te lezen hoe Brene onderzoek doet, patronen en sleutelconcepten herkent in vele verhalen van mensen die ze interviewt. Het is een heel andere manier van onderzoek doen, lering trekken en verder komen dan ik vanuit geneeskunde gewend ben. Terwijl het zo logisch is, dat verhalen ertoe doen.
Net zo anders en op de een of andere manier gelijkenissen vertonend met de salutogene benadering van gezondheid, die me eerder werd voorgesteld door Lenneke Vaandrager tijdens de module Kansen en Effectiviteit van Gezondheid bij de NSPOH. In plaats van te zoeken wat de ziekten ziek maakt, zoek je naast wat de gezondste gezond maakt. Zeker in een ziekmakende omgeving kan dat interessante kennis opleveren. Tijdens de module bleef het een concept wat de één heel erg en de ander veel minder aansprak. Als je het concept van salutogenese benadert vanuit de positivisitische gedachte-gewoontes waarmee artsen (en zeker arts-onderzoekers) worden opgevoed, blijft er weinig over. Kansen en risico’s, risicofactoren en beschermende factoren liggen op één en hetzelfde spectrum.
En de universiteit waar Lenneke werkt, die universiteit heet ons woensdag en donderdag welkom, voor NCVGZ Passie voor Gezondheid.

Ik kijk er naar uit, en denk dat het overweldigend kan zijn. This stuff blows my mind.
Ik hoop genoeg te hebben geleerd van Daring Greatly om het aan te kunnen me open te stellen, en ik hoop er dingen te leren die ik me nu nog niet eens kan voorstellen.