Imperfect leren

Connection, compassion & courage. Connectie, compassie en moed. Dat is er nodig voor het echte contact met elkaar, de ander zien en zelf gezien worden, volgens Brené Brown. Maar het zijn geen zaken die je afvinkt, hoewel het wel allemaal ontwikkelt met veel oefening. Ze schreef er een mooi boek over met de titel: The Gifts of Imperfection. De subtitel geeft al wat meer prijs: let go of who you think you’re supposed to be and embrace who you are. Ze laat zien dat connection, compassion en courage de gifts zijn, de kadootjes die je krijgt als het je lukt imperfect te zijn.
Later schreef ze er ook een opvoed-variant van, die lijkt me ook prachtig.

In de kerstvakantie las ik de co-assistenten-opleid-variant: het proefschrift van Jonne van der Zwet. Haar werk draagt de naam Identity, Interaction and Power, Explaining the affordances of doctor-student interaction during clerkships. Het probeert te achterhalen hoe co-assistenten leren ten tijde van hun co-schappen, welke factoren er op van invloed zijn en welke te beïnvoeden zijn.
So wie so weer een fijn boekje om te lezen en me weer te verwonderen over kwalitatief onderzoek. Dat lijkt zich zo veel meer in de werkelijkheid af te spelen dan kwantitatief onderzoek. Mooi hoe Jonne bijvoorbeeld  uitgaat van de aanname dat er meer dan één waarheid of werkelijkheid is wanneer je mensen en hun gedrag onderzoekt. Deze werkelijkheden die ontstaan tussen mensen en hun ervaringen. De ervaringen kun je analyseren en toetsen aan bestaande theorieën.

cover thesis Jonne van der Zwet

Gaandeweg haar studies, gericht op zowel de artsen als de co-assistenten betrokken bij de coschappen, identificeert Jonne verschillende thema’s: identiteit, macht, continuïteit en context. Het leren gebeurt in de interactie tussen arts en co-assistent en de mate waarin dit kan gebeuren wstaat onder invloed van deze factoren.
De identiteit van zowel artsen als co-assistenten is in ontwikkeling gedurende het co-schap, de relatie tussen de co-assistent en de arts heeft invloed op de identiteit van beiden. Heel simpel gezegd bepaalt de mate waarin deze relatie authentiek is de mate van invloed, oftewel de ontwikkelruimte.
De macht die de arts heeft om de co-assistent ruimte en mogelijkheden te bieden, zowel letterlijk als figuurlijk: zij zijn gastheer of -vrouw en hebben een belangrijke voorbeeldfunctie in hoeverre imperfecties naar voren mogen komen en de mix van persoonlijke, medische en onderwijskundige onderwerpen de revue passeren. Dat zij daarin vaker de macht hebben, wil niet zeggen dat zij die altijd hebben: de artsen zitten ook tussen de onderwijsverplichtingen en hun dagelijkse kliniek in de knel.
Hoe beter de co-assistent de druk kan afleggen om enthousiast en op-de-hoogte over te komen, hoe meer kans er is op goed contact en ruimte voor echt leren. Bij beiden lijkt het dus zinvol om imperfect te mogen zijn.
De mate van continuïteit van begeleiding beïnvloedt de mogelijkheden om elkaar beter te leren kennen. Dan kan de ruimte ontstaan voor de verschillende onderwerpen en kansen voor ontwikkeling. Dit lijkt vooral van belang bij co-schappen die vanuit hun context erg wisselend zijn, korte co-schappen met veel verschillende activiteiten op verschillende plaatsen. Een vaste begeleider om een band mee op te bouwen en als ankerpunt te dienen is dan waardevol.

Het is zo logisch en vanzelfsprekend.
Maar ook prachtig, dat ook de kleine co-schappen bij de juiste invulling en aanpak kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van de arts-in-opleiding. Dat gaat namelijk veel verder dan informatie over het eigen vak overdragen. Het bouwt mee aan de identiteit van de co-assistent, aan het beeld en de betekenisgeving van de toekomstig arts wat betreft het arts-zijn en de gezondheidszorg.
Een co-assistent loopt bij ons drie weken mee. In die drie weken zijn er 11 dagen in de praktijk, waarbij naast jeugdgezondheidszorg ook een dagen bij de ambulancezorg, infectieziekten en gezondheidsbevordering op het programma staan. Best een uitdaging om na het inspirerende proefschrift mijn eigen co een mooi co-schap te laten beleven.
Toch is het gelukt, zo werd mij vandaag door haar op het hart gedrukt. Aan haar verwachting van een rustig (lees: saai) co-schap waar je tussen alle drukke zware co-schappen even doorheen moet, voldeed het niet. Ze vond het een inspirerend en verrassend co-schap, ze heeft echt kunnen zien wat jeugdgezondheidszorg allemaal in kan houden, binnen een breder veld van publieke gezondheid.

En hoe komt dat nou? Deze co vertelt me, net als de vorige trouwens, dat mijn enthousiasme en benaderbaarheid van belang zijn daarbij. Maar ook dat het meekijken bij wel enkele verschillende maar niet te veel verschillende collega’s erg fijn was. Terugkeren bij de vaste begeleider (in casu ikke), kunnen reflecteren op ervaringen zowel op casuïstiekniveau als ‘uitvoering’ en persoonlijke verschillen van werkwijze vonden deze co-assistenten helemaal niet vreemd of abstract, maar juist relevant. Op sleeptouw naar besprekingen zoals ze zich voordoen: overleggen met gezinnen en de gemeente, overleg over onderzoeksubsidies, dat is mijn werk als arts dus de co is erbij. Zelfs betrokken worden bij het administratieve deel van het werk vonden ze niet saai. In de praktijk betekent het dat ik hen liet meelezen met mails, hardop nadacht en de co als vanzelf ging meedenken bij het invullen van dossiers en opstellen van brieven.

Gelijkwaardigheid, echt meedoen, samen twijfelen. Of het nu met collega’s, ouders of de co-assistent is: mooi werk.

Jonne van der Zwet verdedigt haar proefschrift op donderdag 30 januari 2014. Jonne, veel plezier, veel succes en alvast gefeliciteerd!

Advertenties

Ouderschap en Sociale Zaken

cropped-Logo1

High school sweethearts waren ze, in lang vervlogen tijden. Drie kinderen en een crisis verder zijn ze twee alleenstaande ouders die hun ouderschap zo goed mogelijk vormgeven ondanks alle andere sores. De sores zijn zo groot dat de thuiszorg zich begon af te vragen of ‘zo goed mogelijk’ ook ‘goed genoeg’ is.
Een zoveelste ronde tafel bijeenkomst met de thuiszorg, jeugdgezondheidszorg, kinderpsychiatrische zorg (x twee), bewindvoerder, sociale zaken en ouders. Het is een prachtig want levensecht schouwspel.
Om voor mij onduidelijke redenen valt de een tegen de ander uit. Iedereen is stil, behalve de ouders. Ze roepen, huilen, staan op en gaan toch weer zitten. Ze vallen elkaar niet af, het is geen ruzie met elkaar. Het is ruzie met de situatie. Ze zijn niet uit elkaar omdat ze niet meer samen willen. Het gaat niet samen, dat is het. De een helpt de ander waar ie kan. Maar het wordt ook steeds wel weer duidelijk waarom het samen niet gaat.
We bespreken dit, want ook met veel liefde voor elkaar is zoveel tumult niet goed voor de kinderen. Niet goed voor de ouders. We zoeken naar mogelijkheden om elkaar meer los te laten zonder elkaar te laten vallen. En wat ben ik geraakt door de relatie die ik zie.

Dan zegt de meneer van sociale zaken: eigenlijk wordt hier een huishouden gevoerd op twee adressen, met behoud van uitkering. Dat kan niet.

Zoiets zegt ie in ieder geval, ik begrijp het niet precies. Maar het komt er op neer dat een van beiden een uitkering ontvangt en het niet de bedoeling is dat de maatschappij betaalt voor het uit elkaar kunnen wonen van twee ouders die eigenlijk nog een soort van samen lijken te zijn.

Ik snap het. En ook niet.

Wat deze ouders doen, samen ouders zijn en elkaar helpen als goede burgers, is wat ik eigenlijk wil dat alle ouders doen. Of ze nou bij elkaar wonen of niet. Een aanzienlijk deel van mijn werk gaat over de gevolgen van ouders die dit niet doen. Zelfs als ze niet gescheiden zijn. Dus ik snap wat hij zegt over geld. Maar het klopt niet met wat ik wil voor de samenleving.

Dit avontuur werd eerder gepost op dewijkin.nl

Spelen

Bij de laatste bijeenkomst van de superintervisie bracht een van mijn mede-avonturiers een stukje mee van Zomergasten met Daan Roosegaarde. Hij zei daarbij dat deze meneer Kunstenaar hem aan mij deed denken. Dat is vlijend. Ik kende Daan Roosegaarde niet, tenminste dat dacht ik. Ik blijk zijn belangrijkste werken wel te kennen, meestal kwam ik ze tegen als ik mezelf beloonde met een Bright. Heerlijk.
Gisteren en vandaag heb ik de bewuste aflevering van Zomergasten gekeken.
Een aanrader! En ik snap mijn collega wel, al zou ik me echt niet willen vergelijken met deze Maker. Alleen al omdat hij zich totaal niet bezig lijkt te houden met wie of wat hij nou is en ik dat nog leer los te laten.
Maar in het speelse, het positieve, associatieve of verbindende in het werk en vooral de gedachten van Daan Roosegaarde vind ik wel wat herkenning inderdaad. Hij switcht tussen niveaus en perspectieven als hij over zijn werk en dat van anderen praat, hij oordeelt niet vaak of niet normatief, hij heeft heel, heel veel lol.
Wat een goed begin van 2014. Dank je wel Koen!