Zondag.

“Lekker in ’t zonnetje, hè?” We kijken op van onze tijdschriften. Een vrouw fietst voorbij, zo langzaam dat ze bijna omvalt. “Jazeker, heerlijk!” antwoord ik vanzelf. We kennen haar niet, herkennen haar wel. Ze woont ergens in de wijk en loopt ook wel eens ’s ochtends in haar badjas te wandelen. Nu heeft ze een shirt en een joggingbroek aan.

Op de hoek lijkt ze om te draaien. ‘Zou ze terugkomen, heb ik daar zin in’ denk ik, net zo vanzelf. Het is een rustige zondagmiddag, in de zon op de picknickbank voor ’t huis. En ja hoor, daar is ze weer. Ze gaat naast haar fiets staan en knoopt een praatje aan.

Het gaat traag en toch van de hak op de tak. Een licht verstandelijk beperkte vrouw van middelbare leeftijd, de haren kort en ongekamd. Ze wijst ons erop dat er licht aan is op de slaapkamer boven. “Ja, een puber hè,” verklaar ik. Zij heeft ook een kind, maar die is haar afgepakt.

Weer een minuut later heeft ze haar fiets op de standaard gezet en wandelt ongenodigd maar niet tegengehouden onze tuin in, schuift aan op het bankje. “Sorry hoor, meneer,” grapt ze, “wat denkt u, die jaag ik zo wel weer weg?”
Ze vindt de wijk saai, ik vind ’t hier juist lekker rustig. Ze fietst heel wat af, moet vanwege de suiker.

Ze somt de pillen op die ze ’s ochtends moet slikken, rond dezelfde tijd als het spuiten van de insuline. “En dan moet ik ook wat eten, daarbij. Maar er is geen eten in huis.”

Au. Wat nu?

“Helemaal niet?” Nee. “En woont u alleen?” Er is ook een vriend. “Ik zal blij zijn als het morgen is. Dan wordt het geld weer overgemaakt.” Ze laat een euro zien in haar hand. “Maar daar koop je niks voor, tegenwoordig.” “Ook geen banaan?” probeer ik. Verontwaardigd kijkt ze me aan: “Die mag ik niet, veel te veel suiker!”

Ze blijft nog even zitten. Zal ik haar eten aanbieden? Ik ken de situaties. Ik weet dat ‘er is geen eten in huis’ misschien heel letterlijk is. En met diabetes is het echt niet handig. Ik denk vanalles. Ook: ik ben niet verantwoordelijk voor de hele wereld. En wat als ze iedere zondag hier komt aanbellen dan? Ik zit in de knoop, al blijf ik vriendelijk keuvelen met haar.
Op een gegeven moment zeg ik: “Nou, ik lees weer wat verder.” Ze staat direct op, we wensen elkaar nog een fijne dag.

Het zit me niet lekker. Onder de douche herhaalt het zich in mijn hoofd. Dit hele gesprek zat vol met momenten waar ik in de spreekkamer ‘de zaken bespreekbaar had gemaakt’ en ‘doortastend zou hebben opgetreden, oplossingen gezocht met de mensen samen’.

Nu liet ik haar gaan. Ik heb genoeg eten in huis om te delen.
Ik zou door de wijk kunnen gaan fietsen, kijken of ik haar zie. Maar ja.

Ik heb mijn joggingbroek al aan.

Advertenties

Soms vlieg ik niet

Allereerst, het spijt me dat je zolang op me moest wachten. Ik zou al veel eerder bellen.

Soms gaat dat zo, hè.

Nee, ja, maar dat was ’t niet. Ik zou wat doen voor je, maar ik vind ’t ingewikkeld. Dat is niet bedoeld als excuus, dat is alleen de reden. Ik weet niet zo goed hoe ik dit moet aanpakken. Maar ik vind nog steeds dat ik wat moet doen.

We praten samen over wat dan een eerste stap zou kunnen zijn. We maken een afspraak, over die eerste stap. Samen zijn we het eens. Ook dat we nu nog niet weten wat er daarna de volgende is, maar wel dat het beter is dan blijven stilstaan.

Dan zegt ze: weet u, het is misschien vreemd, maar ik vind het fijn om te horen dat u het ook ingewikkeld vindt. Ik dacht wel eens, doe ik nou te moeilijk? Ik wil ook niet niks doen, maar ik vind het ook ingewikkeld.

Soms vlieg ik niet. Maar maakt mijn hart een sprongetje.

Taal. Punt.

Taal is superbelangrijk. Het lijkt zomaar, gratis, voor iedereen. Maar dat is niet zo.

En dat is niet zielig of raar. Maar het is wel een probleem, voor iedereen.

In deze vlog alleen al maak ik een paar fouten waardoor mijn verhaal niet voor iedereen te volgen is. Of op z’n minst voor bijna iedereen. Vind jij de fouten? Post ze hieronder!

Wil je meer info, wil je hulp of wil je helpen? Www.lezenenschrijven.nl

Persoonlijke verhalen op https://www.lezenenschrijven.nl/verhalen